Meer dan dertigduizend jongeren krijgen leefloon
Foto: iStock
Bijna een op de drie leefloners is jonger dan vijfentwintig jaar. Ze krijgen geld van de overheid omdat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen. Experts zeggen dat jongeren vaak in de problemen komen omdat ze op achttienjarige leeftijd nog niet aan alle verplichtingen van volwassenen kunnen voldoen.
Als je op eigen benen staat en (bijna) geen inkomen hebt, kun je een leefloon aanvragen bij het OCMW van je gemeente. Het OCMW, of Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, is een overheidsdienst die kansarmen helpt. Volgens de recentste cijfers krijgen 105 334 mensen die in België wonen een leefloon. Voor iemand die alleen woont, bedraagt het leefloon iets meer dan 700 euro per maand.
30 862 van die leefloners zijn jonger dan 25 jaar. Ongeveer een op de drie is dus jonger dan vijfentwintig. Hun aandeel stijgt: tien jaar geleden namen jongeren ‘slechts’ drieëntwintig procent van alle leeflonen voor hun rekening.
Op eigen benen
Een eerste groep jongeren krijgt financiële problemen omdat hun ouders hun studies niet kunnen of willen betalen. Vooral jongeren die op eigen benen moeten staan, komen niet rond met een studietoelage. Het studiegeld volstaat om inschrijvingsgeld en cursussen te betalen, maar niet om een kot te huren en in hun onderhoud te voorzien. Vaak wordt het studiegeld pas maanden na de start van de lessen uitbetaald, waardoor jongeren niet anders kunnen dan bij het OCMW aankloppen.
Schuldenmakers
Een heel andere categorie zijn jongeren die niet met geld kunnen omgaan en schulden maken. Ze komen zowel uit minder gegoede als uit gegoede gezinnen. Het zijn jongeren die teveel op krediet kopen. De jongvolwassenen gaan niet bewust om met geld en hebben onvoldoende besef van de waarde ervan. Op het einde van de maand kunnen ze hun lopende rekeningen niet meer betalen.
Kansarmen
De moeilijkste categorie zijn jongeren die aan de rand van de samenleving staan. Ze komen nergens aan de bak, omdat ze geen diploma hebben, niet over de juiste vaardigheden beschikken, gediscrimineerd worden ... Ze hebben vaak al gewerkt of gesolliciteerd, maar zijn in de problemen geraakt. Door hun brokkenparcours ontvangen ze geen werkloosheidsuitkering meer en vallen ze terug op een leefloon. Het is heel moeilijk om hen opnieuw op het juiste spoor te krijgen. Vaak blijkt dat er meer aan de hand is, zoals psychische problemen of een drank- of drugverslaving.
Wie betaalt de rekening?
Vandaag betaalt de federale overheid de helft van het leefloon. De lokale besturen - de gemeente of de stad - betaalt de andere helft. Steden en gemeenten vragen nu dat de overheid een groter deel van het leefloon betaalt, tot negentig procent. Daardoor zouden lokale besturen meer middelen hebben om de jongeren te begeleiden, zodat ze niet meer van een leefloon afhankelijk hoeven te zijn.
