Amerika zit zonder basketbalcompetitie

 Foto: Corbis

De belangrijkste basketbalcompetitie ter wereld, de NBA, ligt volledig stil. De wedstrijden hadden op 1 november moeten beginnen, maar er werd nog geen enkele wedstrijd gespeeld. Spelers en clubs zijn het niet eens over de verdeling van het geld en er is onenigheid over de duur van contracten.

Het rommelt flink in de Amerikaanse profbasketbalcompetitie NBA. Door een conflict tussen de eigenaren van de topclubs en de spelers wordt er al maanden geen bal meer aangeraakt. De spelers krijgen geen salaris en de clubs kunnen geen transfers doen. We spreken hier over een ‘lock-out’ of ‘uitsluiting’.

De lock-out gaat over geld. Zowel de clubeigenaren als de spelers willen meer verdienen. Tot vorig jaar werd afgesproken dat de eigenaren drieënveertig procent van de ca. vier miljard omzet kregen en de spelers zevenenvijftig procent. De eigenaren wilden een andere verdeelsleutel en stelden voor om de spelers voortaan slechts zevenenveertig procent van het geld te gunnen. Maar daar gingen de spelers niet mee akkoord. NBA-baas David Stern zocht naar een compromis en stelde een fiftyfifty-verdeling voor. Dat zien de clubeigenaren echter niet zitten. En dus ligt alles stil.

Déjà vu

Het is niet de eerste keer dat de Amerikaanse basketbalcompetitie lam gelegd wordt door geruzie over geld. In 1998-1999 kwam er pas een akkoord in februari. Dat seizoen werden slechts vijftig van de tweeëntachtig wedstrijden gespeeld. Amerika kreeg toen ook geen All-Star Game, het grootste basketbalevenement ter wereld. Daarbij nemen de beste basketballers uit de NBA het tegen elkaar op. Het ziet ernaar uit dat het dit jaar dezelfde kant uitgaat. In 2011 zal er alvast geen wedstrijd meer gespeeld worden.

Een procentje meer of minder, daar lig je toch niet van wakker? Wel als je de duizelingwekkende bedragen ziet waarover het gaat. Kobe Bryant, de best betaalde speler, verdient negenendertig miljoen euro per jaar. Exclusief winstpremies en sponsorcontracten. En de namen van sommige clubeigenaren komen voor in het lijstje van rijkste Amerikanen. Voor hen is een sportclub gewoon een speelgoedje waar ze graag mee spelen, liefst zonder te verliezen.